vrijdag 2 oktober 1970

Heilig, heerlijk Opperwezen

Uwe wegen zijn niet mijne wegen, spreekt de Eeuwige (Jesaja 55:8).

1691
Jakob Balthasar Schütz (1661-1700) in Poëtischer Andachtsklang.
Welt, ich will dir gerne lassen.



Heilig, heerlijk Opperwezen,
die het gans heelal gebiedt,
alles moog' verdonk'ring vrezen,
maar dat vreest uw grootheid niet.

Wordt ons leven droef en duister,
toch behoudt uw eeuwig licht
al de glans en al de luister
van uw Godd'lijk aangezicht.

Diepe wijsheid zijn uw paden;
onnaspeurlijk voor 't verstand;
ondoorgrond'lijk zijn uw daden,
als ons voert uw hoge hand.

Geeft Gij blijheid, geeft Gij droefheid,
wij aanbidden, zwijgen stil,
want uw wezenlijke goedheid
maakt het goed met 't geen zij wil.


Jodocus van Lodenstein (1620-1677), geheel gewijzigd.