zondag 23 oktober 2011

Poetry And Religion by Les Murray

Religions are poems. They concert
our daylight and dreaming mind, our
emotions, instinct, breath and native gesture

into the only whole thinking: poetry.
Nothing's said till it's dreamed out in words
and nothing's true that figures in words only.

A poem, compared with an arrayed religion,
may be like a soldier's one short marriage night
to die and live by. But that is a small religion.

Full religion is the large poem in loving repetition;
like any poem, it must be inexhaustible and complete
with turns where we ask Now why did the poet do that?

You can't pray a lie, said Huckleberry Finn;
you can't poe one either. It is the same mirror:
mobile, glancing, we call it poetry,

fixed centrally, we call it a religion,
and God is the poetry caught in any religion,
caught, not imprisoned. Caught as in a mirror

that he attracted, being in the world as poetry
is in the poem, a law against its closure.
There'll always be religion around while there is poetry

or a lack of it. Both are given, and intermittent,
as the action of those birds - crested pigeon, rosella parrot -
who fly with wings shut, then beating, and again shut.




http://www.lesmurray.org/

donderdag 22 september 2011

Rudolf Otto Congres bij zijn 75e sterfjaar






Internationaler Kongress

Rudolf Otto

Theologie – Religionsphilosophie – Religionsgeschichte


04. - 07. Oktober 2012 Marburg

Am 6. März 2012 jährt sich der Todestag Rudolf Ottos zum 75. Mal. Das Rudolf-Bultmann-Institut für Hermeneutik nimmt dies zum Anlass, im selben Jahr einen internationalen Kongress zu veranstalten. Für eine Vielzahl von gegenwärtig wieder aufgebrochenen Fragen zum Thema der Religion sind Ottos Arbeiten interessant. Als liberaler Theologe beschäftigte sich Otto mit der Frage, wie ein Mensch in der Moderne Religion leben kann. Seiner Zeit weit voraus, hatte Otto zudem globale Dimensionen der Begegnung der Religionen im Blick.

Ziel des Kongresses ist besonders das theologische und religionsphilosophische Denken Ottos und darüber hinaus die Diskussion mit Vertretern anderer Fachdisziplinen sowie die Frage nach der Relevanz für aktuelle Fragestellungen. Zugleich liefert der Kongress einen Überblick über den gegenwärtigen Forschungsstand. Ein international ausgeschriebener „Call for Papers“ soll interessierten Forschern und Nachwuchswissenschaftlern die Möglichkeit geben, ihre Untersuchungen und Ergebnisse einzubringen. Zur kostenlosen Teilnahme am Kongress sind alle interessierten Wissenschaftlerinnen und Wissenschaftler, Studierende und Interessierte herzlich eingeladen, sich bis zum 31.08.2012 formlos anzumelden.

Veranstalter/Hosts

Prof. Dr. Jörg Lauster
Geschäftsführender Direktor des Rudolf-Bultmann-Instituts für Hermeneutik
Director of the Rudolf Bultmann Institute of Hermeneutics

Peter Schüz
Wissenschaftlicher Mitarbeiter/Academic Assistant

In Zusammenarbeit mit/in cooperation with:

Prof. Dr. Christian Danz, Wien/Vienna
Prof. Dr. Roderich Barth, Halle/München (Munich)
Deutsche Paul-Tillich-Gesellschaft (German Paul Tillich Society)

Kontakt / Contact Details

Rudolf-Bultmann-Institut für Hermeneutik
Fachgebiet Systematische Theologie und Religionsphilosophie
Fachbereich Evangelische Theologie
Philipps-Universität Marburg

Lahntor 3

D-35032 Marburg

Germany

Tel.: +49-(0)6421-28 24284

Fax: +49-(0)6421 28-22420

e-Mail

Website: www.rudolf-otto.com

Das Rudolf-Bultmann-Institut für Hermeneutik organisiert den Internationalen Kongress zu Rudolf Otto in Kooperation mit:

Deutsche Paul-Tillich-Gesellschaft
Religionskundliche Sammlung, Marburg
Fachbereich Evangelische Theologie, Universität Marburg

Programm

Thema des Kongresses

Rudolf Ottos Buch „Das Heilige“ machte ihn schlagartig weltberühmt und ließ ihn zu einer bedeutenden Figur der religionswissenschaftlichen Forschung werden. Ottos religionsphilosophische und theologische Arbeiten sind hingegen schon bald nach seinem Tod in der deutschsprachigen Forschung aus dem Blickfeld geraten und gelten bis heute eher als ein Nebenschauplatz der Theologiegeschichte des 20. Jahrhunderts. Aufgrund gegenwärtiger neuer Akzente und Entwürfe zu einer religionsphilosophischen Theorie des Gefühls als Modus der Wirklichkeitserschließung sowie einer verstärkten Auseinandersetzung mit theologischen Konzeptionen zur Theorie religiöser Erfahrung gewinnt das Gesamtwerk Ottos enorm an Bedeutung. Seine religionstheoretischen Überlegungen und die dahinter stehende theologische Gefühlstheorie stellen sich als Theoriekomplex dar, der in hohem Maße für gegenwärtige Fragestellungen anschlussfähig und gewinnbringend ist. Von besonderem Interesse ist daher nicht nur die neuerliche Untersuchung der historischen Bedeutung des Werkes Ottos in ihren theoretischen Bezügen und Anknüpfungspunkten, sondern vielmehr auch seine interdisziplinäre Anschlussfähigkeit an gegenwärtige Debatten einzelner theologischer Disziplinen sowie Philosophie, Religionswissenschaft, aber auch Gesellschafts-, Kultur- und Kunstwissenschaften, besonders mit Aspekten der Ästhetik und des interreligiösen Dialogs.



Kongressdaten:

Kongressdatum: 4. – 7. Oktober 2012

Anmeldung: Teilnehmer melden sich bitte bis zum 31.08.2012 formlos beim Rudolf-Bultmann-Institut an

Tagungsort: Alte Universität, Philipps-Universität Marburg, Lahntor 3, D-35037 Marburg

Call for Papers: Abgabe der Beitragsentwürfe bis zum 31.08.2011, für Beiträge des wissenschaftlichen Nachwuchses bis zum 31.03.2012



Programmplanung:

Der internationale Kongress zu Rudolf Otto ist öffentlich und richtet sich an ein breites interdisziplinäres Fachpublikum. Ausgewiesene Experten zum Werk Ottos sind daher ebenso herzlich zur Teilnahme aufgefordert wie interessierte Wissenschaftlerinnen und Wissenschaftler und Laien unterschiedlicher Fachgebiete. Die Tagungssprachen sind Deutsch und Englisch. Die thematische Struktur des Kongresses ergibt sich aus den folgenden Sektionen:

A: Theologie

B: Religionsphilosophie

C: Rudolf Otto und seine Zeit

D: Religionsgeschichte und Religionswissenschaften

E: Gestaltung des Christentums in der Moderne

maandag 12 september 2011

Heschel: mystiek & engagement

Heschel: mystiek & engagement

Is de mens op zoek naar God of zoekt God de mens?
De radicale verwondering als basis voor geloof en filosofie.

Heschel liet de joodse stem weerklinken in het hart van de Westerse cultuur. In hem komen de lijnen samen van mystiek, filosofie en engagement.

Dag 1:
Het jodendom ziet de sabbat als ‘een kathedraal in de tijd’. Kunnen we het christendom dan zien als een religie van de ruimte? We verdiepen ons in Heschel’s mooie studie:
De sabbat: zijn betekenis voor de moderne mens.


Dag 2:
We exploreren de diepere betekenis van het gebed aan de hand van Man’s quest for God, maar met dwarsverbindingen naar Heschel’s hoofdwerk:
God in search of man.


Dag 3:
Heschel als geëngageerd denker komt vooral naar voren in de bundel The Insecurity of freedom. Hier aandacht voor de Bijbelse mensvisie die elke vorm van discriminatie en racisme uitsluit.
Ook kijken we naar het laatste gesprek met Heschel, waarin hij, vlak voor zijn dood, ingaat op de betekenis van de mens als spiritueel wezen.

De Stichting PaRDeS (v/h B. Folkertsma Stichting voor Talmudica)is een studiecentrum waar iedereen welkom is die meer over het jodendom wil weten.
De Stichting is gevestigd in de oude joodse buurt van Amsterdam. Het hart van de stichting wordt gevormd door de Aschkenasy Bibliotheek, een verzameling van meer dan 8000 boeken die alle standaardwerken op het gebied van de joodse traditie omvat.

De Stichting wil iedereen laten kennismaken met het jodendom, ongeacht zijn of haar achtergrond. De Stichting doet dat door lezingen en studiedagen te organiseren, cursussen te geven en het blad Tenachon uit te geven.

De Stichting is in de jaren zeventig van de vorige eeuw opgericht door rabbijn prof. dr. Yehuda Aschkenasy.

Stichting PaRDeS

Rapenburg 45
1011 TV Amsterdam
Nederland

Tel: 020 845 5808

e-mail: info@stichtingpardes.nl



zondag 1 mei 2011

Nieuw omslagontwerp voor Heschel


In 2005 verscheen een nieuwe druk van dit klassieke boek over de filosofie van het jodendom. Die was gebaseerd op een in 1985 verschenen uitgave in de vertaling van H. de Bie. In principe is daar geen verandering in aangebracht, maar wel is de redactie van de tekst aangepast aan eigentijdse lezers. Woorden zijn vervangen, moeilijke woorden worden toegelicht, zinnen zijn anders geformuleerd. In de voetnoten zijn ook veranderingen aangebracht, niet meer actuele verwijzingen zijn weggelaten, actuele toegevoegd. Ook de typografie is veranderd: tussenkopjes, kopregels en hoofdstuktitels komen nu meer naar voren. Er zijn een register, een essay over Heschels fenomenologische methode en kleine afbeeldingen toegevoegd. Zo is het boek voor lezers van deze tijd aangepast, terwijl dit standaardwerk van joodse rationele spiritualiteit in zijn waarde is gelaten. Heschel herschept het joodse geloof in een spirituele zienswijze. Wie vastloopt in het wat theoretische eerste hoofdstuk, moet maar verder gaan met het tweede. Dan zal dit uiterst waardevolle boek geen problemen meer opleveren. Eventueel kan men deze uitgave als dagboek gebruiken door elke dag een stukje te lezen en te overdenken. Het boek kan de religiositeit van joodse en christelijke lezers verdiepen en verrijken.
(NBD|Biblion)


vrijdag 1 april 2011

vrijdag 25 maart 2011

Kader Abdolah citeert Frederik van Eeden.


14. Een groot Nederlands bed

Het was warm aan den vijver en doodstil. De zon, rood en afgemat van haar dagelijksch werk, scheen een oogenblik op den verren duinrand uit te rusten, voor ze onderdook. Bijna volkomen spiegelde het gladde water haar gloeiend aangezicht weer. De over den vijver hangende bladen van den beuk maakten van de stilte gebruik om zich eens aandachtig in den spiegel te bekijken. De eenzame reiger, die tusschen de breede bladen van de waterlelie op één poot stond, vergat dat hij uitgegaan was om kikkers te vangen en tuurde in gedachten verzonken langs zijn neus.

Dit is een citaat uit een belangrijk boek uit de Nederlandse literatuur. Het boek lag in de kantine van bet kamp op de tafel waaraan Miranda haar scriptie schreef. Miranda liep daar stage. Onderwerp van haar werkstuk was de immigratieproblematiek. Ze had er met mij een paar keer een gesprek over gevoerd. 'Kom even zitten', zei ze. Ik pakte het boek en bladerde erin. 'Mooi boek?' 'Heel mooi, geschreven in een prachtige taal, dromerig eigenlijk.' Ik kon het niet lezen, maar ik onthield de titel en de naam van de schrijver: 'De kleine Johannes' van Frederik van Eeden.

Dat boek haalde ik uit de wijkbibliotheek. Het was helaas nog steeds te moeilijk om aan te beginnen.

Op Nederlandse schrijvers van mijn leeftijd had ik een achterstand van drieëndertig jaar. Ik moest schrijven en niet bang zijn voor taalfoutjes. Juist door die honderden, duizenden foutjes zou ik de taal leren.

Ik hoefde Frederik van Eeden nu nog niet te begrijpen, ik moest de woorden leren die hij gebruikt had en bedenken waar ik mijn eerste Nederlandse verbaal wilde laten spelen.

Het ligt hier voor u, lezer.

dinsdag 22 maart 2011

Edmund Husserl



Edmund Husserl



Verena Mayer
Edmund Husserl
2009. 192 S.: Mit 5 Abbildungen. Paperback

C.H.Beck ISBN 978-3-406-58688-0
Das Werk ist Teil der Reihe:
(Beck`sche Reihe: bsr - Denker;579)

vrijdag 25 februari 2011

Geschiedenis van de astrologie



href="http://www.librimondadori.it/alfresco/d/d/workspace/SpacesStore/3032e4ba-9f3f-11dc-b4d3-5f6ad20b0ff7/Cover_GRA.jpg">





Dieses glänzend geschriebene Buch beschreibt den langen Weg der Astrologie von den ersten Anfängen sternkundlichen Nachdenkens im Alten Orient bis zur psychologischen Astrologie der Gegenwart. Es stellt die Grundlagen der Horoskoperstellung dar, geht den Ursprüngen der Sternbilder nach und erklärt die Rolle der Astrologie in unterschiedlichen philosophischen Systemen, in den großen Religionen sowie in Politik und Alltag. Ein 'Muß' für alle, die sich für die Geheimnisse der Sterndeutung interessieren.

Astrology numbers among mankinds oldest sciences. It played a prominent role not only in the advanced civilizations of antiquity but also in the cultural history of Europe. It contributed to the development of the natural sciences, primarily astronomy, physics and chemistry, was an integral element of philosophies and religions and influenced political decisions, some of which had substantial consequences. Kocku von Stuckrad masterfully interweaves the disparate aspects of this often neglected or gingerly approached field and provides a thorough synopsis of a central stream in the European history of science and ideas. Not least, this well organized and highly informative book will serve as a first-class introduction to systems of astrological interpretation. It includes a glossary which defines the most important concepts. A must for all who are interested in astrology today or in historical times, regardless of whether they are searching for relationships between the vault of heaven and the earth. In this first comprehensive history of astrology Kocku von Stuckrad describes how celestial science emerged in Mesopotamia and played a significant role in ancient Egypt. Over the course of antiquity, the Middle Ages and the Renaissance, knowledge of the course of planets and stars grew more sophisticated. The author examines the role of astrology in various philosophical systems and in major religions, and he discusses the new approaches astrology took in modern times after its legitimacy increasingly came under fire.



zaterdag 19 februari 2011



Friesch Dagblad
HOOFDARTIKEL
zaterdag, 19 februari 2011


De moerbeiboom...
Ouderen kennen het wellicht nog, het gedicht: De moerbeitoppen ruisten. Het is van Nicolaas Beets (1814-1903). De beginregels zijn de bekendste:

De moerbeitoppen ruisten
God ging voorbij
Neen, niet voorbij, hij toefde;
Hij wist wat ik behoefde,
En sprak tot mij;
Sprak tot mij in de stille,
De stille nacht.


Het gedicht legt een verbinding tussen God, de schepping/natuur en de mens. Op bepaalde wijze is de schepping een wijze van openbaring van God. De gedachte dat God van zich laat horen in de schepping is een voluit bijbels gegeven. Tot op de dag van vandaag ervaren mensen de schepping als verwijzing naar God. Bijvoorbeeld in de ontroering over een bloem, over de nevel boven de velden of in de diepe verwondering over de sterrenhemel.

Verwondering, zegt de joodse filosoof Heschel, is onze reactie op het verhevene. Datgene waarover we ons verwonderen gaat ons verstandelijk begrijpen te boven. Heschel: ‘De wortels van de uiterste inzichten worden (...) gevonden op het niveau van de verwondering en van de radicale verbazing, in de diepte van ontzag, in onze gevoeligheid voor het mysterie, in ons besef van het onuitsprekelijke. Het is het niveau waarop de grote dingen met de ziel gebeuren (...).’

De dichter Beets schreef over zo’n moment van het diepste inzicht dat een mens kan hebben. Plotseling hoorde hij in het ruisen van de bomen iets; hij wist wat dat was: God gaat voorbij. Zo leek het, tenminste - de mens begrijpt niet altijd direct wat hem overkomt: God ging niet voorbij, maar hij blééf. De aanwezigheid van God bleek nóg meer te zijn: God sprak tot de dichter wetende wat hij behoefde. Het was geen gewoon spreken, maar een verborgen spreken, ‘in de stille nacht’. Hier duidt de dichter op de belangrijke notie van het innerlijk horen. De diepste dingen gaan de klank voorbij; ze worden in de ziel woordeloos gehoord. Dat woordeloos spreken en dat zonder woorden horen leidt tot een verbondenheid die ieder redenerend begrijpen te boven gaan. Het is geen verbondenheid die grenzen verbindt. De ziel is open en raakt vervuld: God begrijpt wat de dichter nodig heeft, zonder dat die iets heeft gezegd.
De dichter Beets laat zien wat er kan gebeuren met een mens als die luistert naar wat in de schepping kan worden vernomen. Zulk horen vraagt eerst om zien, in verwondering. Daarin ziet de mens het verhevene. De biologische beschrijving van de moerbei en de natuurkundige verklaring van het ruisen geven de mens niet het vermoeden van het verhevene en doen de moerbeiboom maar ten dele kennen. De boom gaat voor de dichter spreken als hij die boom plotseling als schépping ziet. In het ruisen van de toppen hoort hij de Schepper van de boom en kan hij Hem ervaren.
De verwondering over de schepping, de ervaring van het verhevene en het zich bewust worden van God, vragen dat de mens tijd en ruimte neemt. Tijd: het stilstaan bij wat je ziet en het niet voorbij kijken aan wat zich toont. Ruimte: het kunnen zien van het geheel van de boom in de grootsheid van de schepping en het overstijgen van de beperktheid van de kennis van de boom die biologie en natuurkunde opleveren.
Het moderne leven verleidt de mens om de boom voorbij te lopen - er zijn zo veel andere dingen belangrijk. Die belangen kunnen er toe leiden dat de mens geneigd is de boom te kappen, vanuit de over-vraag naar grondstof, productie en verbruik. Ook al weet die mens dat de schepping niet zonder de boom kan voortbestaan.

...als gave en als opgave

Het is een opgave voor de moderne mens om te leven in verwondering - om de Verhevene te ervaren - en vanuit die ervaring met de schepping om te gaan. Een begin is de schepping leren kennen tot buiten de begrenzingen van biologie, natuurkunde en biologie. Zo’n omgang leidt tot meer en andere kennis dan de gebruikelijke. Die kennis rust de mens toe om de schepping/natuur te zien als gave en als opgave.