vrijdag 25 maart 2011

Kader Abdolah citeert Frederik van Eeden.


14. Een groot Nederlands bed

Het was warm aan den vijver en doodstil. De zon, rood en afgemat van haar dagelijksch werk, scheen een oogenblik op den verren duinrand uit te rusten, voor ze onderdook. Bijna volkomen spiegelde het gladde water haar gloeiend aangezicht weer. De over den vijver hangende bladen van den beuk maakten van de stilte gebruik om zich eens aandachtig in den spiegel te bekijken. De eenzame reiger, die tusschen de breede bladen van de waterlelie op één poot stond, vergat dat hij uitgegaan was om kikkers te vangen en tuurde in gedachten verzonken langs zijn neus.

Dit is een citaat uit een belangrijk boek uit de Nederlandse literatuur. Het boek lag in de kantine van bet kamp op de tafel waaraan Miranda haar scriptie schreef. Miranda liep daar stage. Onderwerp van haar werkstuk was de immigratieproblematiek. Ze had er met mij een paar keer een gesprek over gevoerd. 'Kom even zitten', zei ze. Ik pakte het boek en bladerde erin. 'Mooi boek?' 'Heel mooi, geschreven in een prachtige taal, dromerig eigenlijk.' Ik kon het niet lezen, maar ik onthield de titel en de naam van de schrijver: 'De kleine Johannes' van Frederik van Eeden.

Dat boek haalde ik uit de wijkbibliotheek. Het was helaas nog steeds te moeilijk om aan te beginnen.

Op Nederlandse schrijvers van mijn leeftijd had ik een achterstand van drieëndertig jaar. Ik moest schrijven en niet bang zijn voor taalfoutjes. Juist door die honderden, duizenden foutjes zou ik de taal leren.

Ik hoefde Frederik van Eeden nu nog niet te begrijpen, ik moest de woorden leren die hij gebruikt had en bedenken waar ik mijn eerste Nederlandse verbaal wilde laten spelen.

Het ligt hier voor u, lezer.

dinsdag 22 maart 2011

Edmund Husserl



Edmund Husserl



Verena Mayer
Edmund Husserl
2009. 192 S.: Mit 5 Abbildungen. Paperback

C.H.Beck ISBN 978-3-406-58688-0
Das Werk ist Teil der Reihe:
(Beck`sche Reihe: bsr - Denker;579)