maandag 2 april 2012

Kocku von Stuckrad: Geschiedenis van de astrologie


Kocku von Stuckrad: Geschiedenis van de westerse astrologie
bij Uitgeverij Abraxas in 2012
Dit goed geschreven boek beschrijft de lange weg van de astrologie van het eerste begin van het denken over sterrenkunde in het Nabije Oosten tot de psychologische astrologie van tegenwoordig. Het legt de grondbeginselen van de horoscoop uit, bespreekt de oorsprong van de sterrenbeelden en verklaart de rol van de astrologie in verschillende filosofieën, de grote religies alsmede in de dagelijkse politiek. Een ‘must’ voor iedereen die in de geheimen van de sterrenduiding is geïnteresseerd.

In deze eerste omvattende geschiedenis van de astrologie beschrijft Kocku van Stuckrad hoe de sterrenkunde is ontstaan is Mesopotamië, welke betekenis ze had in het oude Egypte en hoe de kennis van de loop der planeten en sterren in de oudheid, middeleeuwen en renaissance werd verfijnd. Hij onderzoekt de rol van de astrologie in verschillende filosofische systemen en in de grote religies en laat zien welke wegen de astrologie in de nieuwere tijd is ingeslagen nadat er steeds meer vragen gesteld werden bij haar aanspraken.

De astrologie behoort tot de oudste wetenschappen van de mensheid. Ze speelde niet alleen in de grote vroege beschavingen maar ook in de Europese cultuurgeschiedenis een belangrijke rol. Ze oefende invloed uit op de ontwikkeling van de natuurwetenschappen te beginnen met astronomie, natuurkunde en scheikunde. Ze werd verwerkt in filosofie en godsdienst en gaf de doorslag bij politieke beslissingen met verregaande consequenties.
Kocku von Stuckrad beheerst de kunst deze verschillende aspecten te bundelen in een totaaloverzicht en laat zo de betekenis zien van een stroming binnen de Europese geschiedenis van wetenschap en cultuur die dikwijls is verwaarloosd en die men doorgaans slechts met enige smetvrees benadert.
Dit duidelijk geordende en zeer informatieve boek is in de eerste plaats een eerste klas inleiding tot de systemen van astrologische interpretatie. Het gaat vergezeld van een woordenlijst met uitleg van de belangrijkste begrippen.
Dit boek is een “must” voor iedereen die zich interesseert voor de geschiedenis en voor de huidige praktijk van de astrologie – om het even of men al dan niet zelf speurt naar correspondentie tussen het hemelse en het aardse.

Kocku von Stuckrad: Geschiedenis van de westerse astrologie
bij Uitgeverij Abraxas in 2012

Vertaling: C. A. (Alex) Schmiegel
Eindredactie: Daniël Mok

Ca.400 pagina's
Geïllustreerd
Literatuurlijst
Tijdtafel
Verklarende woordenlijst
Astrologische symbolen
Register
Illustratieverantwoording




ISBN: 978-90-79133-03-1

4 opmerkingen:

  1. Astrologie is een methode van toekomstvoorspelling, op basis van de stand van de sterren, waarbij wordt uitgegaan van het aloude principe ‘zo boven, zo beneden’.

    Er wordt van uitgegaan dat er specifieke betrekkingen bestaan tussen de macrokosmos, de wereld van de hemellichamen en sterren, en de microkosmos, de individuele mens. De stand van de hemellichamen correspondeert met gebeurtenissen in het heden en de toekomst van de mens. Een sterrendeskundige kan op grond hiervan iemands horoscoop opstellen, waaruit duidelijk gelezen kan worden wat er in het leven van de desbetreffende persoon zal plaatsvinden. In de regel zijn er twaalf sterrenbeelden van groot belang, de tekens van de dierenriem, maar ook andere planeten en sterren spelen een rol.

    Al in het oude Babylonië en China had de astrologie een grote plaats. Zij is binnen de Europese cultuur tot aan de zeventiende eeuw van belang geweest, ook binnen de kerken; Melanchton doceerde als theoloog astrologie. Met de opkomst van het heliocentrische wereldbeeld, die de zon als middelpunt kent, werd de astrologie tot een bijgeloof. Dankzij de esoterische traditie werd de astrologie in de twintigste eeuw weer populair. De esoterie (zie esoterische stromingen) verbond de astrologie met de leer van de tijdperken. Als de zon in een bepaald sterrenbeeld komt te staan, begint een nieuw tijdperk. Aan het eind van de twintigste eeuw kwam de zon in het teken van Aquarius (waterman), en begon er een nieuw tijdperk. Vooral in new age is deze gedachte zeer populair.

    De christelijke kerk en theologie nemen de astrologie niet serieus. Op wetenschappelijke gronden ziet men het als iets wat geen werkelijkheidswaarde heeft: sterren beïnvloeden het menselijke bestaan niet. In conservatief-evangelische kringen ziet men de astrologie als occult, dus als werk van de duivel, en wordt het raadplegen van een astroloog gezien als geloofsafval. Dit is echter te sterk; met name de meer psychologische astrologie kan beschouwd worden als een vorm van psychotherapie.

    R. Kranenborg [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Een horoscoop is een grafische beschrijving van de stand van de sterren op een bepaald moment.

    De term is ontleend aan het Griekse hôroskopos (van hôra, uur, en skopein, bekijken). Door de draaiing van de aarde maken de twaalf sterrenbeelden ieder etmaal een complete rotatie. Het teken dat op een gegeven moment juist aan de oostelijke horizon opkomt, heet de ascendant en hiertegenover ligt aan de westelijke horizon de descendant. Een sterrenbeeld bereikt midden op de dag zijn hoogtepunt wanneer het zich in het midden van de hemel (medium coeli) bevindt, en tegenover dit middenpunt ligt het ‘hemelsdieptepunt’ (immum coeli). Zo krijgt men een horizontale en verticale as, waarop de sterrenconstellatie op ieder bepaald moment in een cirkelvorm kan worden weergegeven. Binnen de context van de astrologie gaat men ervan uit dat de constellatie op zo’n moment invloed uitoefent op de betrokkene(n), bijvoorbeeld dat iemands persoonlijkheid sterk wordt bepaald door de horoscoop van zijn geboortemoment, en heeft men complexe technieken ontwikkeld om zo’n horoscoop te interpreteren.

    Wouter J. Hanegraaff [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

    BeantwoordenVerwijderen
  3. ESOTERISCHE STROMINGEN

    ‘Esoterisch’ betekent: de binnenkant betreffend. Het gaat hier om leringen en praktijken die alleen binnen de desbetreffende religieuze groep gekend mogen worden.

    Wie ze wil kennen, zal ingewijd moeten worden en de gelofte afleggen te zwijgen over wat hem wordt geleerd. De mysteriereligies uit de Oudheid zijn bij uitstek esoterische bewegingen te noemen: de Pythagoreeërs, de Orphiërs, de Eleusinische mysteriën. In het christelijke Europa wordt esoterisch de aanduiding van die groepen, die afwijken van de reguliere christelijke leer en zich daarbij met name gnostisch oriënteren (zie gnostiek). Te denken valt aan de alchemie en aan groepen die sterk door de hermetische geschriften werden beïnvloed (zie hermetisme). Ook Jakob Boehme dient hier genoemd te worden. Hoewel deze esoterische stromingen en leringen door de kerken bestreden werden, kregen ze niettemin steeds meer interesse en aanhang.

    Als in 1717 de eerste vrijmetselaarsorde wordt gesticht, krijgt de esoterie een duidelijke plaats in het Westen (zie vrijmetselarij). Er ontstaan in die tijd zeer vele orden en bewegingen (Illuminaten, Gold- und Rosenkreuzer), die alle een geheime leer kennen, afwijkend van de christelijke traditie. Steeds is de gnostische
    grondstructuur hierin herkenbaar: de mens is ten diepste goddelijk, komt tot inzicht en kan via graden opklimmen naar de hoogste wijsheid.

    In de negentiende eeuw krijgt de esoterie een sterke impuls door het ontstaan van het spiritisme (officieel in 1848). Deze stroming is minder uitgesproken gnostisch en kent niet altijd geheimhouding. Als in 1875 door Blavatsky de Theosofische Vereniging wordt opgericht, treffen we een nieuw soort esoterie aan die een zeer sterke invloed zal krijgen. Deze organisatie is uitgesproken gnostisch, en tegelijk universalistisch: men zoekt in alle religies de ware gnostische kern, en breidt het eigen leersysteem uit met elementen uit andere religies; zo is door de theosofie reïncarnatie bekend geworden.

    Uit het theosofische denken zijn vele groepen ontstaan: antroposofie (Rudolf Steiner), christengemeenschap, Vrije Katholieke Kerk, diverse groepen Rozenkruisers, de Amerikaanse New Thought-beweging en I Am-beweging, enzovoorts. De aan het eind van de twintigste eeuw ontstane new age-stroming kan ook tot de esoterie gerekend worden.

    Veel groepen en aanhangers beroepen zich op de oudere esoterie; men kent de gnostische grondstructuur, alleen de geheimhouding is hier in principe verdwenen, omdat men van mening is dat in deze tijd de ‘oeroude wijsheid’ door iedereen gekend mag worden. We zien dat in de moderne esoterie kerk en christelijk geloof afgeschreven worden. Aangezien de kerk de gnostische principes afwijst, wordt zij op haar beurt door de esoterie afgewezen.

    R. Kranenborg [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

    Verder lezen:
    Wouter J. Hanegraaff, New Age Religion and Western Culture. Esotericism in the Mirror of Secular Thought (Leiden 1996)

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Von Stuckrad studeerde vergelijkende godsdienstwetenschap, filosofie en Judaïstiek aan de universiteit van Bonn en Keulen en rondde zijn studie af in 1995.
    Tussen 1997 en 1999 deed Von Stuckrad promotieonderzoek aan de Universiteit van Bremen. Hij promoveerde cum laude op een vergelijkende religiewetenschappelijke studie over astrologie in het Jodendom en het vroege Christendom.
    Van 1999 tot 2002 werkte Von Stuckrad aan zijn tweede promotie, een studie over (neo)-sjamanisme in West-Europa. In deze periode was hij verbonden aan de universiteit van Bremen en aan het Max Weber-Kolleg van de Universiteit van Erfurt. In 2002 vervulde Von Stuckrad een gasthoogleraarschap 'Moderne Religiewetenschap' aan de Universiteit van Bayreuth.
    Van 2002 tot 2009 was Von Stuckrad als Universitair Docent verbonden aan de onderzoeksgroep 'History of Hermetic Philosophy and Related Currents' van de faculteit der Geesteswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam.
    Per 1 september 2009 werd Von Stuckrad benoemd tot hoogleraar Religiewetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tot zijn leeropdracht behoren de bestudering van de comparatieve Europese religiegeschiedenis en het leveren van een bijdrage aan de verdere ontwikkeling van het subgebied 'Method and Theory in the Study of Religion.' In zijn hoogleraarspositie heeft Von Stuckrad “transformatie van het religieuze veld sinds 1750” als zijn eerste onderzoekszwaartepunt geformuleerd. In dit kader focust hij zijn eigen onderzoek op de discursieve transfers tussen religie aan de ene kant en natuurwetenschap en natuurfilosofie aan de andere kant.

    BeantwoordenVerwijderen