donderdag 22 augustus 2013

Benedictijns Tijdschrift 2013/3

Paul Neff, Religie als genade. 
Met een voorwoord van Rudolf Otto. 
Fenomenologische mystieken 1. 
Amsterdam, Abraxas 2013. 80 blz.
€ 15,90. 
ISBN 9789079133093. 

Het fonds van Abraxas is het meest bewonderenswaardige dat een uitgever zich kan denken: het bestaat uit louter klassieke meesterwerken van auteurs als R. Otto, William James, Mircea Eliade, Abraham Heschel. Stuk voor stuk juweeltjes met eeuwigheidswaarde.
Dit deeltje opent een nieuwe reeks Fenomenologische Mystieken. Het essay dateert van 1927 en plaatst zingeving van het bestaan in een breed perspectief. 
De uitgave bevat een completerend artikel van Rudolf Otto: Het spontane ontwaken van het numineuze gevoel
FB


zondag 28 april 2013

zondag 17 februari 2013




Het woord psyche, levenskracht of geest, heeft oude bronnen. In de zestiende eeuw werd psyche gekoppeld met logos, woord of studie. Zo ontstond psychologie, de wetenschap die bewustzijnsverschijnselen onderzoekt.
De natuurkundige Gustav Fechner ontwikkelde in 1850 een wet over de relatie tussen geest en lichaam. Dit was van belang omdat de filosoof Emmanuel Kant had voorspeld dat de psychologie nooit een wetenschap kon worden omdat het onmogelijk zou zijn de processen experimenteel te meten.
De bijdrage van de methode van Fechner was dat psychologie losstond van filosofische veranderingen, wetenschappelijk was en niets meer met ziel of geest te maken had. Alles was empirisch te verklaren.
Het was William James die uit Fechners woorden een dubbel Leitmotiv distilleerde. Fechners bevindingen openden de deur voor de mogelijkheid van een wetenschappelijk kwantitatieve psychologie én een lans brak voor een even revolutionaire als visionaire metafysica. Als de relatie tussen de spirituele wereld en de wereld van natuurkundige verschijnselen in wiskundige termen te beschrijven valt, betoogde Fechner, dan betekent dit dat er tussen die twee werelden een rechtstreeks verband bestaat, waarbij het primaat aan de zijde van de spirituele wereld ligt. Dit was iets om over na te denken.
De openingszin van het Boekje over het leven na de dood is opvallend voor de man van de empirische benadering: 'De mens leeft niet eenmaal op aarde, maar driemaal. In de eerste fase leeft de mens eenzaam in het duister. In de tweede leeft hij tussen anderen maar zonder relatie met hen. In het derde leven leeft hij waarlijk in gemeenschap.'
Een ontwikkeling van lichaam naar ziel, naar geest, de drie fasen van de groei van het bewustzijn. Bij het sterven van het separate zelf, het ego, wordt de mens zich levend bewust van de omvang van de 'universele geest'.

ISBN: 978-90-79133-11-6
EAN: 9789079133116

Titel: Boekje over het leven na de dood
Auteur: Fechner, Gustav Theodor / James, William
Redacteur: Mok, Daniël
Vertaler: Melder, Teun; Scheepers, Alfred; Mok, Daniël
Uitgever: Uitgeverij Abraxas
NUR-code: 708
NUR-omschrijving: Godsdienstige mystiek
Reeks: Fenomenologische Mystieken
Reeksnummer: 3

zondag 10 februari 2013


Het meest opmerkelijke van dit boekje is dat het buiten elke theologie om uit een oorspronkelijke ervaring ontsproten lijkt te zijn.
Het geschrift is, naast een getuigenis van een rechtstreekse ervaring, ook in een ander opzicht leerzaam: in de hier aangegeven momenten wordt een overgang naar de 'mystiek' aangetroffen.
Wat is mystiek? Rudolf Otto heeft in Das Heilige proberen aan te tonen dat dit zo'n rijk geschakeerd fenomeen is, dat het vrijwel onmogelijk lijkt om er algemene kenmerken voor vast te stellen. De definitie van mystiek onttrekt zich aan begripsmatige precisie; haar wezen is alleen gevoelsmatig te begrijpen.

ISBN: 9789079133093

Gustav Fechner: 'Leven na de dood'


Gustav Theodoor Fechner werd op 19 april 1801 in het dorpje Groszsärchen in het Pruisische Niederlausitz geboren.
Zijn grootvader en vader waren daar predikant. Na het gymnasium in Surau en later Dresden ging hij op 16-jarige leeftijd naar de universiteit van Leipzig om medicijnen te studeeren.
Met beperkte geldmiddelen begon hij zijn studie. Met het vertalen van letterkundige en natuurkundige boeken probeerde hij het nodige te verdienen. De geneeskunde kon zijn belang­stelling niet lang vasthouden, temeer omdat deze wetenschap destijds in een nogal desolate toestand verkeerde.
Hij legde zich meer en meer toe op de theoretische natuurkunde. Hoewel hij zijn doctoraal examen in de medicijnen in 1822 aflegde, promoveerde hij hierin niet. Met een aantal onder de naam van Dr. Mises gepubliceerde boekjes hekelde hij de eenzijdige geleerdheid van zijn vakgenoten op onbarmhartige wijze.
In de jaren 1824-1828 vertaalde Fechner de Franse standaardwerken Leerboek der Physica van Jean-Baptiste Biot en het Leerboek der Scheikunde van L. J. Thénard.
In 1833 trouwde hij met Clara Volkmann, dochter van een raadsheer uit Leipzig. Om aan inkomsten te komen, echter zonder veel succes, redigeerde hij tussen 1834 en 1838 voor Breitkopf & Härtel een Hauslexikon waarvoor hij ook de meeste artikelen schreef. Acht vuistdikke delen gaf hij uit, ten koste van zijn gezondheid.
In 1834 werd hij in Leipzig tot hoogleraar in de natuur- en schei­kunde benoemd. Het harde werken eiste zijn tol. Hij reisde voor zijn gezondheid in 1835 naar Gastein en in 1829 naar Illmenau. Het mocht niet baten. Hij sliep slecht, afmatting en neerslachtigheid waren het gevolg. Zijn ogen, die hij door proefnemingen te sterk ingespannen had, konden het daglicht niet meer verdragen. Hij kon alleen nog maar geblinddoekt naar buiten. In 1840 was hij bijna blind ge­worden.
Nadat het in 1843 weer beter ging begon Fechner zich op de filosofie toe te leggen. Tussen 1844 en 1860 schreef hij een aantal spirituele boeken. Zijn moment suprême lag tussen 1860 en 1887 met de werken Die Psychophysik en Die Aesthetik. In die jaren maakte hij met zijn vrouw een aantal reizen, waaronder in 1874 naar Rome.
In 1883 vierde hij zijn gouden bruiloft en in 1884 zijn gouden jubileum als professor. Hij werd algemeen gewaardeerd en gevierd en zelfs tot ereburger van Leipzig benoemd.
Tot in zijn laatste levensdagen bleef Fechner onvermoeid doorwerken. Op 6 November 1887 kreeg hij een beroerte, twaalf dagen later stierf hij. Zijn biograaf Kurd Laszwitz beschreef Fechner als _

Een man, gevormd door de empirische en wiskundige natuurwetenschap, geoefend in het waarnemen van de werkelijkheid, die nauwkeurig rekening hield met elk ervaringsfeit en vervuld was van de geest van modern onderzoek. Het innerlijk van deze man bevatte zowel een kunstenaarsgevoel als het warme geloof van een religieus bevlogene met de naastenliefde en zuiverheid van een kinderlijk gemoed.
Een wendbare geest met een diepzinnig verstand, ge­schikt om de gemoederen in beweging te brengen door de grote vraagstukken samenhangend te beschouwen met het goede en mooie als richtsnoer. Een man die ervan overtuigd was dat zijn wetenschappelijke denkwijze het ethische, esthetische en religieuze ideaal kunnen bevredigen zonder de vrijheid van onder­ zoek te belemmeren. Zo’n man was Gustav Theodoor Fechner.

Titel
Leven na de dood; een klein boekje over onsterfelijkheid
Auteur(s)
Gustav Theodor Fechner, H. IJ. Groenewegen, William James
ISBN
9789079133116
Taal
Nederlands
Uitvoering
Paperback
Uitgeverij
Abraxas Amsterdam
Verschijningsdatum
01-10-2013
Serie
Fenomenologische Mystieken